Chennek - Ambiko
Dag 6 : Chennek - Ambiko
We zijn nog maar net onderweg of we zien onder ons de gelada apen hun slaapplaatsen op de steile bergwand verlaten en omhoog klimmen naar de rand waar ze zich laten opwarmen door de zon. Zolang we rustig blijven laten ze zich gewillig fotograferen. Even verderop moeten we nog stiller zijn als we de gids volgen om een aantal Waliasteenbokken te besluipen. Het mannetje pronkt met zijn imposante hoorns, op de achtergrond in de verte zien wij ons kamp van afgelopen nacht liggen.
Langzaam stijgen we naar de Buwahit pas van ongeveer 4200 meter hoogte. Van hier hebben we uitzicht op de hoge bergkam tegenover ons waarin ook de Ras Dashen ligt en over de zeer verschillende landschappen van de Menesha Riviervallei en de zijrivieren van Ras Dejen. Onze bewakers lezen een soort uitvouwbaar boek/perkament, wat een van mijn medereigers onderweg gekocht heeft.
Vanaf het uitzichtpunt dalen we 1400 meter steil af naar de vallei en komen we weer in bewoonbaar gebied en zien we steeds meer mensen onderweg. Bij een beekje moeten we stoppen om een herder met zijn schapen te laten passeren. Een jongen draagt een lammetje in zijn armen met zich mee. Een paar schoolmeisjes laten trots hun schoolschriften zien, terwijl een aantal iets oudere vrouwen op een afstandje toekijken. Met behulp van een aantal muilezels wordt het kaf van koren gescheiden.
We passeren het dorp Chiro-Leba, waarna we weer een klein anderhalf uur moeten stijgen naar het kamp bij het huttendorp Ambiko op 3200 meter. Ter voorbereiding voor onze beklimming van Ras Dejen morgenochtend hebben ze een schaap gekocht en geslacht en bereid voor het avondeten. Ik denk alleen dat ze lekkerste delen voor hun zelf hebben gehouden, want echt mals was het vlees niet. Vroeg naar bed want we starten morgen vroeg voor onze beklimming van de Ras Dejen.
Chennek - Ambiko
Dag 6 : Chennek - Ambiko
We zijn nog maar net onderweg of we zien onder ons de gelada apen hun slaapplaatsen op de steile bergwand verlaten en omhoog klimmen naar de rand waar ze zich laten opwarmen door de zon. Zolang we rustig blijven laten ze zich gewillig fotograferen. Even verderop moeten we nog stiller zijn als we de gids volgen om een aantal Waliasteenbokken te besluipen. Het mannetje pronkt met zijn imposante hoorns, op de achtergrond in de verte zien wij ons kamp van afgelopen nacht liggen.
Langzaam stijgen we naar de Buwahit pas van ongeveer 4200 meter hoogte. Van hier hebben we uitzicht op de hoge bergkam tegenover ons waarin ook de Ras Dashen ligt en over de zeer verschillende landschappen van de Menesha Riviervallei en de zijrivieren van Ras Dejen. Onze bewakers lezen een soort uitvouwbaar boek/perkament, wat een van mijn medereigers onderweg gekocht heeft.
Vanaf het uitzichtpunt dalen we 1400 meter steil af naar de vallei en komen we weer in bewoonbaar gebied en zien we steeds meer mensen onderweg. Bij een beekje moeten we stoppen om een herder met zijn schapen te laten passeren. Een jongen draagt een lammetje in zijn armen met zich mee. Een paar schoolmeisjes laten trots hun schoolschriften zien, terwijl een aantal iets oudere vrouwen op een afstandje toekijken. Met behulp van een aantal muilezels wordt het kaf van koren gescheiden.
We passeren het dorp Chiro-Leba, waarna we weer een klein anderhalf uur moeten stijgen naar het kamp bij het huttendorp Ambiko op 3200 meter. Ter voorbereiding voor onze beklimming van Ras Dejen morgenochtend hebben ze een schaap gekocht en geslacht en bereid voor het avondeten. Ik denk alleen dat ze lekkerste delen voor hun zelf hebben gehouden, want echt mals was het vlees niet. Vroeg naar bed want we starten morgen vroeg voor onze beklimming van de Ras Deje
We zijn nog maar net onderweg
of we zien onder ons de gelada apen hun slaapplaatsen op de steile bergwand verlaten en omhoog klimmen naar de rand
waar ze zich laten opwarmen door de zon.
Zolang we rustig blijven laten ze zich gewillig fotograferen.
Even verderop moeten we nog stiller zijn als we de gids volgen
om een aantal Waliasteenbokken te besluipen.
Het mannetje pronkt met zijn imposante hoorns,
op de achtergrond in de verte zien wij ons kamp van afgelopen nacht liggen.
Langzaam stijgen we naar de Buwahit pas van ongeveer 4200 meter hoogte.
Van hier hebben we uitzicht op de hoge bergkam tegenover ons waarin ook de Ras Dashen ligt en over de zeer verschillende landschappen van de Menesha Riviervallei en de zijrivieren van Ras Dejen.
Onze bewakers lezen een soort uitvouwbaar boek/perkament, wat een van mijn medereigers onderweg gekocht heeft.
Vanaf het uitzichtpunt dalen we 1400 meter steil af naar de vallei en komen we weer in bewoonbaar gebied en zien we steeds meer mensen onderweg. .
Bij een beekje moeten we stoppen om een herder met zijn schapen te laten passeren.
Een jongen draagt een lammetje in zijn armen met zich mee.
Een paar schoolmeisjes laten trots hun schoolschriften zien,
terwijl een aantal iets oudere vrouwen op een afstandje toekijken.
Met behulp van een aantal muilezels wordt het kaf van koren gescheiden.
We passeren het dorp Chiro-Leba,
waarna we weer een klein anderhalf uur moeten stijgen naar het kamp bij het huttendorp Ambiko op 3200 meter.
Ter voorbereiding voor onze beklimming van Ras Dejen morgenochtend hebben ze een schaap gekocht en geslacht en bereid voor het avondeten.
Ik denk alleen dat ze lekkerste delen voor hun zelf hebben gehouden, want echt mals was het vlees niet. Vroeg naar bed want we starten morgen vroeg voor onze beklimming van de Ras Dejen.